|
Als de dagen lengen Stephanie Claes-Vetter
Zomer 1914. Het waren alles bijeen misschien een dertigtal schilderijen, meer zeker niet, en ook niet alle waren eigenlijk zo buitengewoon. Doch het kindje met de rosblonde krullen, het vuile schortje voor, en de vegen pap op haar slabbetje en over haar bloot armpje, was enig. En dan het grote doek met het grappige onderschrift Prinses Stekelhaar, een schoolmeisje van een jaar of twaalf, stralend van gezondheid en opgewektheid, met twee dikke vlechten links en rechts van haar rond appelsnuitje en een zwierende boekentas in de linkerhand, terwijl de rechter met een bos korenbloemen wuift. Maar er stond een klein hatelijk etiketje op, Vendu, vlak bij de ondertekening. Hij viel terug op Boy, een onbehoorlijk dikke kleine jongen, rond en rozig als een biggetje, die in adamstoilet voor het vuur met zijn teentjes speelt en naar de toeschouwer lacht met zijn schuins opgeheven, van zeepsop en handdoekwrijven blozend gezichtje. Hij dacht aan de reeks kinderkopjes bij hem thuis...
190 pag.
Pocket
Bibliotheekboekje
1962 Heideland Hasselt
|