|
In het jaar 1902 trok ik met een afdeling jagers stroomopwaarts langs de rivier de Tsimoech, die uitstroomt in de Oessoerische bocht. Onze troep kwam terecht op een terrein vol afgewaaid hout. Eerst tegen de avond bereikten wij een berg. Mannen en paarden achterlatend klom ik naar de top om in het rond te zien. Wat ik zag, verdreef onmiddellijk mijn twijfel. De koepelvormige berg, waarop wij ons bevonden, bleek juist het middelpunt van bergruggen dat wij zochten. Toen ik mij weer bij de troep voegde, stond de zon reeds laag boven de horizon en wij moesten ons haasten water te zoeken, waaraan mannen en paarden grote behoefte hadden. De helling van de koepelvormige berg was in het begin glooiend, maar werd later steil. Bij het afdalen lieten de paarden zich doorzakken in de achterpoten, de lasten gleden naar voren en waren de zadels niet met buikriemen bevestigd geweest, dan zouden zij over de kop afgevallen zijn...
292 pag.
Harde kaft ingebonden
Rand vergeeld - binnenkant kaft vergeeld rest goed
1958 Wereld Bibliotheek Amsterdam
|