|
Bij het lezen van boeken, kranten en tijdschriften, in uw correspondentie of in uw conversatie, thuis of op reis, altijd zal dit boekje voor u een onmisbaar hulpmiddel zijn ter opfrissing van uw grammaticale kennis.
Een Nederlander die Duits gaat leren, staat ondanks de taalverwantschap zeer vreemd tegenover de overvloed van vormen die het Duits hem biedt. Beide talen zijn weliswaar evenals het Engels en het Fries uit een gemeenschappelijke taal, het Westgermaans, voortgekomen, maar allerlei factoren hebben ertoe geleid dat hun gemeenschappelijke neiging om de verbuigings- en vervoegingsuitgangen te verzwakken of weg te laten en om een vaste woordorde in de zin te volgen, in de ene taal sterker tot uiting kwam dan in de andere. Het Engels is hiermee het verst voorgeschreden, het Duits in veel mindere mate; het Nederlands neemt hier een tussenpositie in, waarbij het zich echter meer bij het Duits dan bij het Engels aansluit. Deze Duitse taal is echter niet de moedertaal van elke Duitser. Voor velen van hen is deze officiele taal, de 'schriftsprache', even kunstmatig als ze voor ons moeilijk is. De oude driedeling: Opperduits, Middenduits en Nederduits, daterend uit de oude periode, bestaat namelijk nog steeds, terwijl er bovendien in deze groepen weer regionale verschillen bestaan. Ondanks de grote invloed die de schrijftaal als literaire taal in de laatste tweehonderd jaar heeft gekregen, heeft ze deze grote verscheidenheid toch niet kunnen opheffen; hetgeen tot heden onder andere duidelijk blijkt uit de verschillen in uitspraak.
199 pag.
Pocket nr. 489
Veelgebruikt boek - wat vergeeld
1967 Het Spectrum
|