|
Dit is de persoonlijke belevenis van een journalist die plots een explosief dossier toegespeeld krijgt en daar zes maanden dag en nacht mee bezig is. Het boek is ook onthullend voor de verhouding pers en bewindslui, de journalist en zijn krant, zijn krant en andere kranten.
Over de auteur schreef het weekblad 'Knack': Hugo De Ridder (in de krant vaak H.der.), vooraan in de veertig, is geleidelijk nummer een geworden in de politieke verslaggeving bij 'De Standaard'. Hij is de belangrijkste auteur in de RTT-perscampagne geweest door, met zwijgzaam geduld, bijna dagelijks een nieuw steentje in de schandaalpuzzel te drukken.
In de binnenlandse redaktie van die krant is De Ridder nogal gemoedereerd beginnen werken, op 5 januari 1966 om precies te zijn. Voor de journalistiek is hij dus een vrij late roeping. Tevoren wandelde hij als adviseur achter talrijke politieke coulissen en bouwde hij zich een zorgvuldig genoteerde en bijgehouden kennissenkring op. Hij heeft een bijna fabuleus geheugen voor de kleine details, de toestandjes en de onderkantjes in het leven van openbare figuren of dat van hun groottante. Van die bekwaamheid maakte hij bijna nooit een direkt gebruik. Ze is wel zijn achtergrond, zijn parfum...
135 pag.
Paperback
Goede staat
ISBN 90 289 9945 0
1974 De Nederlandse Boekhandel Kapellen
|