|
Hij was mijn buurjongen – Hans Peter Richter
De een of ander had hem Polycarpus genoemd. En dat bleef zijn naam, zo lang als hij over onze voortuin heerste. Polycarpus had een groene broek en een rood vest aan en een blauwe puntmuts op. Zijn linkerhand had hij in zijn broekzak, met zijn rechterhand hield hij een lange pijp vast. Zo stond hij midden op het grasveldje en keek over de voortuin uit als iemand die uitrust na gedane arbeid. Polycarpus kwam nooit van zijn plaats. Als het gras al te hoog opschoot en hem het uitzicht op de dahlia’s voor het hek belemmerde, kroop de vrouw van de huiseigenaar op haar knieen met de grasschaar over het veldje en knipte de halmen af tot ze zo kort waren als lucifershoutjes. Meneer Jean Resch, de huiseigenaar zelf, zag je uitsluitend op feestdagen, als het mooi weer was. Met langzame passen begaf hij zich naar het midden van de voortuin. Zijn vrouw bracht hem gauw een stoel achterna, en snuivend ging hij naast Polycarpus, zijn tuinkabouter, zitten. Precies een uur bleef de dikke heer Resch op zijn stoel zitten. Hij keek uit over de straat en monsterde de voorbijgangers. Dan stond hij op, liep een keertje om Polycarpus heen en begaf zich puffend weer naar binnen. Tot de eerstvolgende feestdag sloeg hij Polycarpus, de voortuin en de straat uitsluitend door zijn raam gade...
142 pag
Harde kaft ingebonden
Boek in goede staat
1961 Ploegsma Amsterdam
|