|
Montmartre, zo heet de hoed van Parijs. Het is een rare hoed, waar moeder Parijs zich vaak wat verlegen mee voelt – een opvallende hoed met een hoge bol van oude, in wezen wel degelijke, echter hier en daar lelijk verschoten stof en een, in het oog lopende, witte pluim. Maar de rand... oh la la!... die oer-ondegelijke, golvende, klatergouden rand... die toch ook wel weer bij die bol hoort en past. De bol, dat is de Butte, de 128 meter hoge heuvel, die het Parijs van de rive-droite beheerst, zoals de Eiffeltoren dat het stadsdeel van de rive-gauche doet. De pluim, dat is de Sacre-Coeur, het meesterstuk van suikerbakkerskunst, waarmee de heuvel in het laatst der vorige eeuw werd ‘versierd’. De rand dat zijn de brede, dag en nacht lawaaierige, buitenboulevards: de boulevards Rochechouart en de Clichy. Door de eeuwen heen heeft op de Butte de liefde in al haar verschijningsvormen gebloeid, van de devote liefde voor de Moeder Gods tot de liefdesverwording der prostitutie toe...
Uit de inhoud:
Van temple van Mercurius tot temple der rede
Twee burgemeesters: Felix Desportes en Georges Clemenceau
Le Moulin de la Galette
Autour du Chat Noir
Koning en Koningin van het chanson: Aristide Bruant en Yvette Guilbert
Van ‘Auberge des Assassins’ tot cabaret ‘Le Lapin Agile’
Drie tekenaars: Willette, Steinlen en Poulbot
Een kleine graaf – een groot kunstenaar: Henri de Toulouse-Lautrec
De rode molen op het witte plein
De straatmadelief en de markiezendochter: ‘La Goulue’ en Jane Avril
‘La terrible Maria’ en ‘Monsieur Maurice’: Suzanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo
283 pag.
Vele zwart-wit illustraties
Pocket
Randen wat vergeeld van het liggen – kaft lichtjes vuil – rest goed
1960 Daamen nv Den Haag
|