|
De roep Elisabeth Zernike
Tijdens de rit hadden ze gezwegen, in een staat van taalbewustzijn de lichtbeelden opvangend van het flitsende verkeer. De vrouw wist niet anders dan dat het avond was en ze terugreed naar het hotel. Nu, uitstappend en zich strekkend na de gebukte houding, voelde ze zich veranderen, strakker worden, alsof elke spier van haar lichaam zich spande. Omdat ze niet wilde wachten, bewoog ze heel langzaam naar de ingang, de wijde rok belemmerend om haar benen. Door het draaien van de deur wist ze de man in het cirkelsegment achter zich. Hij tastte naar haar elleboog onder het schoudermanteltje. Het licht was warm geel, in de lounge voor hen werd gedanst, hij zag een blote vrouwenarm door een kier van de zware gordijnen. De muziek klonk gedempt, de harptoon van een piano, het zoemen van een cello. Hun kamer was als alle andere kamers in het hotel, er lag een donkerrood gespijkerd kleed, de meubelen waren van ongepolitoerd mahonie, maar opzettelijk had ze haar mantelpak over een stoelleuning laten hangen en haar nachtjapon lag ijl en sierlijk voorover op het linker bed...
172 pag
Harde kaft ingebonden
Boek in goede staat
1953 Wereldbibliotheek Amsterdam
|