|
Het was algemeen bekend, dat Ignatius, de handelaar in olijfolie, de rijkste man in Antiochie was. Hij bezat boomgaarden, die zich naar alle kanten uitstrekten, zo ver het oog reikte, en hij woonde in een prachtig paleis, van marmer gebouwd, op de Colonnade. Hij was afkomstig uit hetzelfde dorp in Pisidie, waar Theron geboren was - een man, die zijn huisgezin in het leven hield door inkt en pennen te verkopen, die uit gespleten uiteinden van rietstengels waren vervaardigd. Het was een harde dobber voor Theron, om op deze manier zijn gezin in stand te houden en in een huis met slechts een kamer te wonen, een heel eind van de Colonnade verwijderd.
Op een zomerse dag, veel te heet om pennen en inkt in te slaan, kwam de grote man te voet naar de opening in de muur, waar Theron zat met zijn koopwaar, waarin trouwens niemand enig belang stelde. De arme drommel kon het eerst haast niet geloven dat hem deze grote eer te beurt viel. Hij was beduusd, en kwam er pas langzaam toe Ignatius' groet met een: 'Vrede zij u' te beantwoorden.
De oliehandelaar was buiten adem. Met rode wangen van inspanning stapte hij naar binnen, om zo vlug mogelijk uit de zon te komen, die de straatstenen bijna splijten deed van de hitte. Hij ging naast Theron zitten, die eens zijn vriend was, en begon onmiddellijk te vertellen wat hij op het hart had. 'Theron, jij hebt drie zoons. Ik heb er geen...' Theron knikte instemmend. Hij wist wel, dat hij buitengewoon gezegend was met het bezit van zijn drie zoons, die prachtig door de lotgevallen van de kinderjaren waren heengekomen...
533 pag.
Harde kaft ingebonden
Goede staat
Uitgegeven bij Jan Van Tuyl Zaltbommel - Antwerpen
|